Fietstochten voor een Dag in Sainte-Maxime | Mooie Routes

Fietstochten voor een Dag in Sainte-Maxime | Mooie Routes

Waarom Sainte-Maxime de perfecte uitvalsbasis is voor fietstochten

Sainte-Maxime is een van die plaatsen waar de kustlijn en het achterland een natuurlijke uitnodiging vormen voor een fietsdag. Je hebt er de glinsterende Golf van Saint-Tropez met brede boulevards en korte, zoute briesjes, maar ook de kurkeiken van het Massif des Maures die schaduwrijke klimmetjes verbergen, kleine kapelletjes en oude stenen bruggetjes. De routes zijn gevarieerd: van ontspannen ritten langs het water tot sportieve cols met uitzichten die de inspanning belonen. Wat het extra prettig maakt, is dat veel wegen goed geasfalteerd zijn en dat je in bijna elk dorpje dat je passeert terecht kunt voor een espresso, een vers stuk focaccia of een zakje abrikozen van de markt.

Deze gids neemt je mee langs duidelijke, afwisselende dagtochten vanaf Sainte-Maxime, geschikt voor zowel recreatieve fietsers als doorgewinterde klimmers. Je krijgt concrete route-aanwijzingen, tips over wind en weer, suggesties voor veilige stops en een paar minder voor de hand liggende plekken die net dat beetje extra charme toevoegen aan je dag.

Goed voorbereid op pad: seizoen, wind en materiaal

Beste reistijden en lokale wind

Vooral het voorjaar (april-juni) en het najaar (september-oktober) zijn ideaal om te fietsen in en rond Sainte-Maxime. De temperaturen zijn zacht en het licht is helder. In de zomer is fietsen natuurlijk ook mogelijk, maar vertrek dan vroeg in de ochtend om zowel de warmte als het verkeer te vermijden. Houd rekening met de Mistral, een droge, vaak krachtige noordwestenwind die de lucht kristalhelder maakt maar je op open stukken flink kan afremmen. Een oostelijke bries kan aan de kust juist vochtiger en wat zwaarder aanvoelen. Als vuistregel: plan klimmen bij voorkeur met de wind in de rug en neem op open kustwegen een buff of bril mee tegen stuifzand en zoutspray.

Welk type fiets is het meest geschikt

Een racefiets is op de Côte d’Azur perfect voor het merendeel van de trajecten: strak asfalt, pittige maar overzichtelijke klimmetjes en snelle afdalingen. Een gravelbike opent nog meer opties, zeker in het Massif des Maures waar brede DFCI-pistes (brandgang- en servicewegen) door het bos lopen. Voor gezinnen en wie een meer ontspannen tempo zoekt, zijn e-bikes ideaal; de ondersteuning maakt de schuin oplopende wegen rond Plan-de-la-Tour of het bereiken van een col zoals Bougnon een stuk toegankelijker. Neem een compacte reparatieset mee (minipomp, binnenband, multitool) en een kettingslot voor een relaxte koffiestop in een dorpsplein.

Veiligheid en etiquette

Franse automobilisten zijn over het algemeen gewend aan fietsers, zeker op populaire routes, maar blijf zichtbaar en voorspelbaar. Draag een helm, gebruik verlichting als je bij schemering vertrekt en kies waar mogelijk voor rustige tijdstippen. Kinderen onder de 12 jaar moeten een helm dragen. Op smalle bergwegen is het beleefd om dalende fietsers ruimte te geven en bij uitzichtpunten je fiets zó te parkeren dat je het verkeer niet hindert. Neem altijd voldoende water mee; twee bidons zijn geen overbodige luxe zodra de zon hoog staat. In veel dorpen vind je fonteintjes of sanitaire voorzieningen, en aan de stranden van La Nartelle staan in het seizoen douches met koud water, prima om bidons bij te vullen.

Korte kustverkenning: rondje naar de Pointe des Sardinaux

Een ontspannen warm-up langs La Nartelle

Start bij de haven van Sainte-Maxime, waar de Promenade Aymeric Simon-Lorière uitnodigt om rustig op te stappen. Volg de kust richting oosten in de richting van La Nartelle. Dit is een vlak en familievriendelijk traject; in de vroege ochtend is het bijna meditatief: je hoort meeuwen, ruikt dennenhars en je rijdt langs een mozaïek van kleine baaien en lichtgekleurde rotsplaten. Na een goede 5 kilometer doemt de Pointe des Sardinaux op, door locals wel eens ‘klein Corsica’ genoemd vanwege de laag uitgesleten rotspartijen en de heldere, groene poelen die bij laag water verschijnen. Aan de punt vind je stille hoekjes om even te pauzeren.

Een bijzonder detail hier zijn de overblijfselen van verdedigingswerken uit de 20e eeuw, discreet verscholen in het groen. Het is een subtiel stukje geschiedenis, zonder drukte, waar je de fiets even aan de kant zet en de branding hoort op de rotsen. Rijd op de terugweg via dezelfde route of maak een mini-lus door een stukje landinwaarts te gaan en vervolgens weer de zee op te zoeken ter hoogte van La Nartelle. Dit rondje is ideaal als je je materiaal wilt testen, net bent aangekomen of gewoon de benen los wilt rijden met zicht op de Golf van Saint-Tropez.

De balkonroute: Les Issambres en de Col du Bougnon

Golvende kust en een panoramische klim

Voor wie iets meer uitdaging wil, is de lus naar Les Issambres met de Col du Bougnon een heerlijke middenweg. Je verlaat Sainte-Maxime over de D559 in oostelijke richting. De weg golft mee met de kust, met geregeld korte klimmetjes en schaduwrijke stukken. Net voor Les Issambres sla je af naar het binnenland de D8 op, waar de klim naar de Col du Bougnon begint. De klim is overzichtelijk en relatief kort, maar pittig genoeg om je hartslag te voelen stijgen. Boven wacht een uitzicht dat in de categorie direct-onthoudbaar valt: de Mediterranée fonkelt, en bij helder weer zie je contouren van het Esterelmassief naar het oosten.

De afdaling aan de andere kant is vloeiend, met bochten die uitnodigen tot een soepele lijn. Je kunt kiezen: ofwel terug via dezelfde route, ofwel een langere lus maken richting Roquebrune-sur-Argens en langs de rivier terug richting de kust. Op warme dagen is dit traject extra aantrekkelijk omdat je de verkoeling van de zeebries vaak blijft voelen. Kleine, lokale bakkers aan de hoofdstraat van Les Issambres zijn perfecte stops voor een amandelcroissant of een stuk pissaladière. Let op in het hoogseizoen: ga vroeg op pad of kies een doordeweekse dag voor rustiger verkeer op de D559.

Strandterrassen en pijnboombossen: de La Nartelle-lus

Familievriendelijk dagje met culinaire tussenstops

Als je graag de kust blijft volgen maar de afstand iets wilt uitbreiden, bouw dan een rondje rond La Nartelle en de omliggende pijnboombossen. Start vroeg, peddel langs de baai en neem een verdwaalvrij straatje landinwaarts voor een geurige omweg door woonwijken die langzaam opwarmen in de zon. Nauwe straatjes worden geflankeerd door mimosa en oleander, en hier en daar hoor je het tikken van irrigatie op citroenboompjes. Terug aan zee zijn er diverse strandterrassen waar je prima koffie en vers sinaasappelsap krijgt; ideaal om even te zitten, naar de paddleboarders te kijken en de volgende etappe te plannen.

Voor gezinnen is dit een perfecte dagtocht: veel variatie, volop plekjes om te stoppen en nauwelijks serieuze klimmeters. Voor wie toch wat extra spanning wil, voeg je op de terugweg een ommetje toe richting de lage hellinkjes boven de wijk La Croisette, waar brede woonstraten prettige, veilige trainingsklimmetjes bieden. Sluit af met een korte pauze aan de voetgangersbrug over de Préconil; het kabeldesign van deze brug geeft een modern accent aan de skyline van Sainte-Maxime, en het is een onverwacht fotogenieke plek bij zacht avondlicht.

Erfgoed en heuveldorpen: via Grimaud naar Port Grimaud

De magie van middeleeuws met een vleugje lagune

Een dagtocht richting Grimaud is een combinatie van cultuur, rustige wegen en een finale langs het water. Verlaat Sainte-Maxime westwaarts, volg de kust een stukje en trek dan landinwaarts in de richting van Grimaud. De wegen worden smaller en lieflijker, met af en toe een olijfgaard en lage stenen muurtjes. Het historische dorp Grimaud ligt op een heuvel en verwent je met doorkijkjes door nauwe straatjes, verborgen binnentuintjes en een windmolen op de flank van de heuvel. Neem even tijd voor de korte klim naar de ruïnes van het kasteel; het panorama over de golf en de groene randen van het Massif des Maures is het zweet waard.

Een extra omweg die vaak over het hoofd wordt gezien is de Pont des Fées, een middeleeuwse boogbrug verscholen in een groen dal net buiten het dorpscentrum. Het pad ernaartoe is rustig; zet je fiets even aan de kant en loop de laatste meters. Voor je terugkeert, kun je afdalen richting Port Grimaud, ook wel het ‘Venetië van de Provence’. De lagunes en kleurrijke gevels maken dit een bijna mediterrane ansichtkaart die echt bestaat. Terug naar Sainte-Maxime is het prettig rijden langs de baai, zeker als je in de middagbries met een licht duwtje in de rug oostwaarts gaat. Kies voor rustige aanrijroutes en vermijd op drukke dagen de piekuren op de grote kustweg.

Plan-de-la-Tour: stille wegen en kurkeiken

Een dorpsplein met tijdloos ritme

De lus naar Plan-de-la-Tour staat bekend als ‘de lokale favoriet’ onder fietsers die de drukte van de kust willen vermijden. Vanuit Sainte-Maxime draai je richting het noorden het binnenland in, waar het reliëf vriendelijk begint en langzaam vaiert tot een golvend landschap met kurkeiken, dennen en wijnranken. Plan-de-la-Tour zelf is een dorp dat het gebabbel op het plein en de schaduw van platanen koestert. De route ernaartoe leent zich voor steady-state rijden: lange, gelijkmatige stukken waar je een cadans vindt die je uren volhoudt.

Coupeer je rit met kleine exploraties: neem een zijweggetje een paar honderd meter omhoog en je staat ineens bij een kapelletje met uitzicht, of bij een erf waar je het aroma van lavendel en laurier vastlegt voor in je geheugen. In het gebied rond Plan-de-la-Tour kun je bovendien variëren met korte klimmetjes naar passen zoals de Col du Vignon. De hellingspercentages zijn vriendelijk, het asfalt is overwegend goed, en het verkeer is vaak minimaal. Perfect voor wie kilometers wil maken zonder continu te moeten schakelen tussen rem en versnelling.

Voor de klimmers: La Garde-Freinet en de Col de Gratteloup

Koele bossen, dunne lucht en belonende uitzichten

Wie serieus wil klimmen, richt het stuur naar La Garde-Freinet, via de Col de Gratteloup. Vanuit Grimaud of Plan-de-la-Tour is de aanloop geleidelijk; daarna volgt een klim die elegant kronkelt door eiken- en kastanjebossen. Je rijdt hier over historisch terrein, langs oude muurtjes en soms een vergeten fruitboomgaard. De Col de Gratteloup is een naam die je vaak zult horen onder fietsers in de streek: geen monster, wel een klim die voldoende lengte heeft om je ritme te testen. Boven ruikt het naar hars en vochtige aarde, vooral in de ochtend.

La Garde-Freinet zelf is een heerlijke tussenstop. Zoek het dorpsplein op voor een koffie en luister naar het ritme van het dorp. Als je nog puf over hebt: een korte omweg naar de kapel Notre-Dame de Miremer biedt een sereen uitzichtpunt op de groene rimpels van het Mauresgebergte. De afdaling terug is een kunstwerk op zich: gecontroleerd, met vriendelijke bochten en af en toe een doorkijkje richting de baai. Zorg wel dat je remmen op orde zijn; als het warm is, koelen schijfremmen sneller dan velgremmen in de lange afdalingen.

Rond de Golf van Saint-Tropez: kust, wijngaarden en citadel

Een brede daglus met mediterrane accenten

Een hele dag tijd? Maak dan een lus rondom de Golf van Saint-Tropez. Je combineert dan stukken kust met landwegen tussen wijngaarden. Van Sainte-Maxime rijd je richting Grimaud en vervolgens langs vlakke secties richting Gassin, waar je opeens midden in rijen ranken staat die in late zomer zwaar hangen. De klim naar het oude dorp Gassin is kort maar stevig, en je wordt beloond met een balkonzicht over zee en land. Wie verder wil, kan richting Saint-Tropez doorsteken. De citadel boven de stad is een iconisch silhouet; het is een klimmetje dat je kuiten even wakker schudt, maar je krijgt er overzicht over daken en masten voor terug.

De terugweg langs de rand van de baai voelt bekend, maar vanuit een andere hoek. Kies waar mogelijk rustige binnenwegen; er zijn parallelle stroken die de grote kustweg gedeeltelijk ontwijken. In het hoogseizoen is vroeg starten cruciaal. Ook praktisch: plan je lunch buiten de piekuren of kies voor een picknick tussen de wijnranken, met respect voor privéterrein. Deze lus laat zien hoe veelzijdig de Golf is: blauw aan de rand, groen in het hart, en overal het gedempte gezoem van een mediterrane middag.

Gravel en stille paden in het Massif des Maures

DFCI-routes en respect voor het bos

Het Massif des Maures is een paradijs voor wie graag de verharde weg af en toe verruilt voor grind en harde aarde. Vanuit Sainte-Maxime kun je via Plan-de-la-Tour of via kleine toegangspunten de DFCI-pistes op: brede, goed te berijden boswegen die primair dienen voor bosbeheer en brandpreventie, maar buiten het hoogrisicoseizoen also aangenaam zijn voor een rustige gravelrit. Je fietst er door kurkeikbos, langs lage cistusstruiken en geurige brem, en met een beetje geluk kruist er een schildpad je pad in het voorjaar of zie je sporen van everzwijnen in de zachte grond na regen.

Gravel in dit gebied vraagt om bandbreedtes van 35 mm of meer, een degelijke routeplanning en respect voor sluitingen bij verhoogd brandrisico (vooral hartje zomer). Neem voldoende water mee; schaduw is er, maar voorzieningen zijn schaars zodra je het bos in gaat. Een leuke variant: klim via een rustige asfaltweg naar een col en duik dan via een goed begaanbare piste terug naar het dal. Zo combineer je het beste van twee werelden en sta je binnen no-time weer in een dorp voor een espresso en een stukje nougat.

Verborgen parels en micro-avonturen rond Sainte-Maxime

De voetgangersbrug over de Préconil bij zonsondergang

Net buiten de gebaande paden, maar toch in hartje Sainte-Maxime, staat de elegante voetgangersbrug over de rivier de Préconil. Het kabelontwerp is minimalistisch en modern, en ’s avonds kleurt de lucht vaak zacht perzik boven de masten in de haven. Het is zo’n plek waar je even afstapt zonder veel woorden, de fiets tegen de balustrade zet en het water zacht ziet kabbelen. Als je dan terugrijdt over de promenade, heb je bijna vanzelf zin om de dag heel rustig af te sluiten.

Jardin Botanique des Myrtes

Langs de kust, iets ten oosten van het centrum, ligt de Jardin Botanique des Myrtes, een compacte botanische tuin die vaak aan de aandacht ontsnapt. Je fietst er bijna langs zonder het te merken, maar een snelle stop levert je een geurende wandeling op tussen verschillende myrtus-soorten, mediterrane heesters en informatieve bordjes. Het is geen groot park, wel een oase als de zon fel is en je even in stilte groen wilt zien. De tuin is een aangename onderbreking op elk kustrondje richting La Nartelle.

Musée de la Tour Carrée en scheepvaartverhalen

In het centrum van Sainte-Maxime staat de Tour Carrée, een vierkante toren met een klein museum dat lokale geschiedenis ademt: verhalen over scheepvaart, visserij en het leven aan de baai. Als fietstocht-onderbreking is het verrassend inspirerend; het verklaart waarom de golvende lijn van de kust hier zo verweven is met ambacht en handel. Praktisch voordeel: de omgeving rond de toren is vlak en fietsvriendelijk, en in de schaduw rond het plein koel je snel af.

Markten, bakkerijen en picknickplekken onderweg

Een van de redenen waarom dagtochten hier zo plezierig zijn, is de vanzelfsprekende culinaire beloning onderweg. Sainte-Maxime kent levendige Provençaalse markten waar je in de ochtend fruit, kaas en olijven bijeen scharrelt voor een eenvoudige picknick. Leuk is om dit ‘à l’ancienne’ te doen: stokbrood onder de snelbinder, een stukje schapenkaas en een handvol kersen of abrikozen in de stuurtas. Dorpjes als Plan-de-la-Tour en La Garde-Freinet hebben intieme pleintjes met platanen waar je op een bankje neerstrijkt en het dorpsritme even jouw ritme laat zijn. Aan de kust zijn er discreet gelegen muurtjes en trappen bij rotsachtige inhammen die in de ochtendzon aangenaam warm zijn.

Let bij warme dagen op zoute snacks en voldoende hydratatie; de combinatie van inspanning en zeewind kan je meer laten zweten dan je denkt. Een fijn schema: korte stop om het uur, grote pauze rond de middag met een koel drankje (citron pressé of bruiswater met siroop) en dan een rustige aanloop naar huis in de namiddag. Zo bouw je energiepieken en -dalen netjes in.

Waterpunten, rust en routeplanning

Veel stranden rond Sainte-Maxime hebben in het seizoen douches. Ze leveren koud water, maar met een trechtertje of vaste hand vul je er prima je bidon. In dorpskernen staat vaak een fonteintje – soms aangegeven met een klein blauw bordje. Als je landinwaarts gaat, plan dan je wateraanvulling in Plan-de-la-Tour, Grimaud of La Garde-Freinet; in sommige gehuchten is het lang zoeken. Wat rustplekken betreft: bij uitzichtpunten is het handig de fiets om de hoek te zetten in plaats van direct naast de weg, zeker in blinde bochten.

Een praktische tip bij het plannen: gebruik hoogteprofielen bij de keuze van je lus. Een klim van 4 kilometer aan 5 procent is iets anders dan twee kilometer aan 9 procent, ook al tonen beide dezelfde hoogtemeters op papier. Voor e-bikes is het slim om de klimsecties aan het begin van de rit te plannen, zodat je batterijreserve hebt voor eventuele tegenwind of omwegen later op de dag.

Drie voorbeeldroutes voor verschillende tijdschema’s

1. Ochtendrondje zee en rotsen (± 20–25 km, licht)

Start bij de haven in Sainte-Maxime, volg de promenade naar La Nartelle en rijd door tot de Pointe des Sardinaux. Neem daar een korte pauze om de rotsformaties te verkennen en rijd via een landinwaartse lusje terug, zodat je nog wat stille woonstraten meepakt vóór je opnieuw de kust bereikt. Je eindigt terug in het centrum voor koffie op een terras, met tijd over voor een bezoekje aan de Tour Carrée.

2. Halve dag “colletje en kust” (± 40–55 km, gemiddeld)

Rijd oostwaarts naar Les Issambres, pak de D8 naar de Col du Bougnon en geniet van het uitzicht. Maak een lus via het binnenland om terug te keren richting de kust, en neem daar een late lunch of picknick. Het is een route met voldoende variatie in inspanning en volop plekken om even stil te staan. De klim naar Bougnon is overzichtelijk en biedt precies genoeg uitdaging om de benen te voelen, zonder dat je uitgeput thuiskomt.

3. Hele dag erfgoed en heuvels (± 70–90 km, gevorderd)

Ga van Sainte-Maxime richting Grimaud, klim naar het dorp, bezoek desgewenst de kasteelruïnes en daal af naar Port Grimaud. Trek dan de heuvels in richting La Garde-Freinet via de Col de Gratteloup. Pauzeer op het dorpsplein, en kies voor de terugweg ofwel een snelle afdaling naar Grimaud of een langere omweg langs Plan-de-la-Tour. Je combineert zo kust, geschiedenis en echte klimkilometers, met opties om de route onderweg in te korten als dat beter voelt.

Techniek en tempo: soepel rijden op Riviera-asfalt

Het asfalt in deze regio is overwegend strak en snel. Een prettige cadans rond de 85–95 rpm voelt comfortabel op de glooiende kustwegen. Op klimmen als Bougnon of Gratteloup is het zaak niet te vroeg te forceren; ze zijn niet eindeloos lang, maar je rijdt ze het mooist in één zucht met een gelijkmatige hartslag. In afdalingen vind je bochten die uitnodigen tot een vloeiende lijn, maar let op zand of dennennaalden in schaduwrijke secties. Bij felle zon is een licht getinte bril prettig; bij schemering werkt transparant of geel het best.

Voor gravelsecties loont het om je bandenspanning iets te verlagen voor comfort en grip; vergeet niet weer wat druk toe te voegen als je terugkeert naar de weg. Wie met een e-bike rijdt, kan de eco-stand gebruiken op vlakke secties om batterij te sparen, en pas bij echte klimmetjes overschakelen op een hogere ondersteuning.

Fauna, flora en geuren die je rit kenmerken

Een van de grote cadeaus van fietsen rond Sainte-Maxime is hoe zintuiglijk de omgeving is. In het voorjaar geurt het naar brem en mimosa, in de zomer naar warme dennennaalden en tijm. Langs de kust ruik je zout, soms een lichte jodiumtoets. In het Massif des Maures dragen kurkeiken de sporen van vroegere oogst – donkerbruine, ruwe stammen – en hoor je bij wind stilte onderbroken door het zachte kermen van takken tegen elkaar. Bij zonsopgang zie je regelmatig reigers in ondiepe baaien, en landinwaarts dartelen hagedissen over warme stenen muurtjes. Neem je tijd: stap gerust af wanneer een geur of geluid je aandacht vraagt. Juist dat maakt een fietsdag hier gedenkwaardig.

Respect voor natuur en lokale leefruimte

Het landschap hier is prachtig, maar ook kwetsbaar. In droge periodes geldt vaak een verhoogd brandrisico; respecteer eventuele afsluitingen van boswegen en gooi geen peuken of afval weg. Blijf op paden in natuurgebieden en geef wandelaars ruimte. Door dorpen fiets je rustig, zeker rond scholen en pleinen waar spelende kinderen zomaar een bal achterna rennen. De ervaring leert dat een vriendelijke groet wonderen doet: de meeste locals zijn trots op hun omgeving en wijzen je graag een mooie omweg of een goede bakker.

Kleine details die het verschil maken

Een paar details kunnen je dag net dat beetje extra geven. Vertrekken met zonsopgang levert niet alleen koelere lucht, maar ook vaak een zee die bijna vlak is, met spiegelingen van pastelgeel en zachtblauw. Neem een klein notitieboekje mee; de namen van dorpjes en colletjes zijn het waard om te onthouden. Fotografeer niet alleen de uitzichten, maar ook de textuur van een oude deur, het ornament op een fontein of de schaduw van je fiets op warm asfalt. Plan tot slot een ‘stiltemoment’: vijf minuten zonder praten op een rustige plek, alleen jij, je fiets en de lucht. De Côte d’Azur voelt dan heel even alsof hij alleen voor jou bestaat.

Veelgestelde vragen, kort en praktisch

Is het druk op de kustwegen?

In de zomer en tijdens weekends kan het drukker zijn, vooral op de D559. Vroeg starten of kiezen voor binnenwegen lost veel op. Buiten het hoogseizoen zijn de meeste trajecten heerlijk rustig.

Waar kan ik water bijvullen?

Fonteintjes in dorpen, stranddouches aan onder meer La Nartelle (in het seizoen), en horeca bij pleinen en boulevards. Neem bij warm weer altijd twee bidons mee.

Zijn er fietspaden?

Langs de kust zijn er secties met fietspaden of -stroken, maar reken vooral op de rijbaan. Landinwaarts zijn de wegen vaak rustig en goed berijdbaar.

Hoe zit het met e-bikes in de heuvels?

Prima te doen. Spaar je batterij op vlakke stukken, en gebruik ondersteuning op klimmen. Plan je route zo dat je in dorpen kunt pauzeren indien nodig.

Een dag plannen die bij je past

Het leuke aan Sainte-Maxime als fietsbestemming is dat je heel intuïtief kunt bouwen aan je dag. Wil je vooral zee zien? Rij het lint naar La Nartelle en keer terug via de boulevard. Zin in historie? Maak een lus richting Grimaud, pak de Pont des Fées mee en eindig in Port Grimaud. Spieren testen? Richt je op Bougnon of Gratteloup. En als je gewoon wil ronddwalen: kies één richting, rij een uur en neem elk zijweggetje dat iets belooft. Je zult merken dat de streek genereus is in het geven van mooie doorkijkjes, schaduwplekken en kleine verrassingen.

Tot slot: de Riviera op z’n rustigst, in je eigen tempo

Fietsen in en rond Sainte-Maxime is een manier om de Franse Rivièra op z’n rustigst te ervaren. Je hoort de details die je met de auto mist, je voelt de kleine temperatuurverschillen tussen kust en bos, en je proeft letterlijk de streek bij elke marktpauze. Of je nu kiest voor een eenvoudig kustrondje of een volle dag met col en kasteel, het ritme van het trappen past wonderwel bij de omgeving. Neem de tijd, luister naar de wind tussen de pijnbomen, en laat je verrassen door die ene zijweg die op de kaart niets lijkt, maar in het echt precies de juiste bocht heeft.

Na een fietstocht rond Sainte-Maxime kunt u de dag ontspannen afsluiten en hier onze selectie van villa’s in Sainte-Maxime ontdekken